< < >

2016 | CTIVD Toezichtsrapport Over bijdragen van de MIVD aan Targeting, CTIVD no. 50

Naar aanleiding van het parlementair debat dat in de afgelopen jaren is gevoerd over het mogelijke gebruik van Nederlandse inlichtingen voor onrechtmatig geweldgebruik door andere staten, heeft de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) onderzoek gedaan naar de rechtmatigheid van bijdragen van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) aan targeting processen in de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2015 en gegevensverstrekking door de MIVD in het kader van lopende en recent afgeronde militaire missies. De bevindingen zijn weergegeven in dit toezichtrapport, dat ook in het Engels beschikbaar is.

De commissie hanteert als definitie voor targeting: een proces dat strijdkrachten gebruiken dat (door middel van selectie van doelen) onder meer kan leiden tot geweldgebruik om een bepaalde tactische of strategische doelstelling in de context van een militaire operatie te behalen. Een targeting proces kan gepaard gaan zowel met als zonder (dodelijk) geweldgebruik.

De Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) 2002 biedt de MIVD de mogelijkheid om in het kader van samenwerking gegevens te verstrekken aan buitenlandse Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (I&V-diensten), de Nederlandse krijgsmacht of een militaire coalitie waarvan deze deel uitmaakt. Op deze manier kan de MIVD een (ondersteunende) bijdrage leveren aan een targeting proces. Voorafgaand aan het besluit tot samenwerken dient aan de hand van samenwerkingscriteria eerst te worden beoordeeld of deze I&V-dienst in aanmerking komt voor samenwerking en, zo ja, in welke mate. Daarbij wordt o.a. gewogen of de mensenrechten gerespecteerd worden door staat waaronder de I&V dienst valt en onder welke voorwaarden bepaalde vormen van samenwerking zijn toegestaan. Ook moet de MIVD afwegen of (de staat van) de buitenlandse I&V-dienst geweld gebruikt in het kader van gewapende conflicten en, zo ja, of gegevensverstrekking zou kunnen leiden tot schending van internationale rechtsnormen.

De Wiv stelt eisen aan het verstrekken van gegeven. Zo dient gegevensverstrekking plaats te vinden voor een bepaald doel en zorgvuldig en behoorlijk moet zijn. Echter, de MIVD is niet altijd op de hoogte van het doel waarvoor de verstrekte gegevens worden gebruikt en kan door het verstrekken van gegevens zowel een bedoelde als onbedoelde bijdrage leveren aan een targeting proces. Deze bijdrage zal onrechtmatig zijn als de MIVD een onaanvaardbaar risico accepteert dat de gegevensverstrekking bijdraagt aan een onrechtmatig geweldgebruik in een targeting proces. De (on)rechtmatigheid van dergelijk geweldgebruik is echter vaak moeilijk vast te stellen omdat daarvoor kennis van alle feiten en omstandigheden van het geval noodzakelijk is. Niet alleen zijn deze zijn veelal uitsluitend bekend bij de partij die de targeting uitvoert, ook bestaat discussie over de interpretatie van voor targeting processen relevante internationale rechtsnormen.

De commissie stelt vast dat de MIVD aan I&V-diensten van staten die betrokken zijn bij geweldgebruik in het kader van gewapende conflicten of vergelijkbaar geweldgebruik, gegevens verstrekt die een relatie hebben met dat geweldgebruik. Het betrof hier onder meer informatie over leden van strijdgroepen waartegen het geweld was gericht als ook communicatiegegevens uit een gebied waar het geweldgebruik plaats vond. De commissie concludeert echter dat de MIVD niet de bedoeling heeft gehad hiermee een bijdrage aan een targeting proces te leveren en heeft geen concrete aanwijzingen dat de MIVD een onaanvaardbaar risico heeft geaccepteerd op een bijdrage aan onrechtmatige geweldstoepassing. Toch kan niet uitgesloten worden dat door de MIVD verstrekte informatie aan buitenlandse I&V-diensten, door of via deze diensten, is gebruikt ten behoeve van targeting processen met onrechtmatig geweldgebruik als gevolg. De commissie beveelt o.a. aan dat de MIVD bij gegevensverstrekkingen, uitdrukkelijker dan tot nu toe gebeurt, rekening moet houden met de mogelijkheid dat gegevensverstrekkingen ongewild kunnen bijdragen aan targetingprocessen waarbij sprake is van onrechtmatig geweldgebruik.

Verder wordt aanbevolen om de minister van Defensie expliciet toestemming te laten verlenen voor het verstrekken van ongeëvalueerde gegevens (die nog niet zijn beoordeeld op relevantie voor de taakuitvoering, bijvoorbeeld grote hoeveelheden metadata)  waarbij een (on)aanvaard risico bestaat op een bijdrage aan geweldgebruik.