< < >

2018 | CTIVD Toezichtsrapport no. 60 - De wegingsnotities van de AIVD en de MIVD voor de internationale samenwerking met de Counter Terrorism Group- en sigint-partners

Wanneer de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) willen samenwerken met buitenlandse inlichtingendiensten moeten ze volgens de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv 2017) eerst nagaan of dit wel toegestaan is en zo ja, wat de vorm, intensiteit en randvoorwaarden van die samenwerking zijn. Daarbij moet het belang van de samenwerking worden afgewogen tegen de risico’s van samenwerking bijv. op een ongeoorloofde inbreuk op grondrechten van personen. Die risico’s worden in kaart gebracht aan de hand van vijf criteria, waaronder het naleven van mensenrechten door zowel het desbetreffende land als diens veiligheidsdiensten. De uitkomst van de weging en de beslissing om vervolgens de samenwerking aan te gaan wordt vastgelegd in een zogenaamde wegingsnotitie.

In dit rapport beoordeeld de toezichthouder op de AIVD en de MIVD, de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD)) de inhoud van de wegingsnotities die deze dienstengemaakt hebben in het kader van hun samenwerking (elektronische data uitwisseling) met een specifieke groep buitenlandse inlichtingendiensten. Getoetst is of de informatie uit de wegingsnotitie de conclusies kan dragen dat tot samenwerking kan worden overgegaan.

AIVD

Een belangrijk punt van kritiek is dat in de wegingsnotities van de AIVD een expliciete inhoudelijke weging van het belang van samenwerking versus de daarmee gepaard gaande risico’s structureel ontbreekt. De gebreken in de AIVD wegingsnotities worden verder toegelicht in bijlage II van het rapport. Hier noemen we het geconstateerde gebrek dat de AIVD structureel geen of onvoldoende aandacht besteedt aan het risico dat de samenwerking bijdraagt aan illegale targeting. Om dit risico in kaart te brengen moet aangeven worden in hoeverre de betreffende staat betrokken is bij geweldgebruik in het kader van gewapende conflicten of vergelijkbaar geweldgebruik en of er betrouwbare aanwijzingen zijn dat dit geweldgebruik in strijd is met internationaal recht. Dat gebeurt nu niet. Als het onderwerp al wordt geadresseerd in een wegingsnotitie, dan ontbreekt de inhoudelijke onderbouwing voor de conclusie dat er geen sprake is van een risico. Ook is de AIVD zijn toezegging niet nagekomen om in de wegingsnotities aandacht te besteden aan de mogelijkheid dat de gegevens die de dienst uitwisselt, een rol kunnen spelen in een targetingproces.

MIVD

De CTIVD oordeelt dat de wegingsnotities van de MIVD een structureel gebrek kennen en enkele incidentele gebreken – ook die worden toegelicht in bijlage II. Echter, anders dan de AIVD, maakt de MIVD in zijn wegingsnotities wél structureel een duidelijke afweging tussen het belang van de samenwerking met een buitenlandse veiligheidsdienst en de risico’s die daaraan mogelijk kleven en dus ook aan het risico dat een bijdrage wordt geleverd aan illegale targeting. Punt van kritiek is echter dat de MIVD het samenwerkingscriterium ‘mensenrechten’ (dat ziet op de vraag of de staat zich in het recente verleden schuldig heeft gemaakt aan schendingen van mensenrechten en/of het humanitair oorlogsrecht) niet consistent weegt bij de risicobeoordeling dat de samenwerking bijdraagt aan illegale targeting.

Alle wegingsnotities die inhoudelijk onvoldoende onderbouwen waarom tot samenwerking met een bepaalde buitenlandse veiligheidsdienst kan worden overgegaan, voldoen niet aan de Wiv 2017 en zijn daarmee op onderdelen onrechtmatig. De ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Defensie hebben laten weten dat de wegingsnotities inmiddels aangepast zijn of herzien zullen worden.

De Engelstalige versie van dit rapport is nog niet beschikbaar.

Meer over de bijdragen van de MIVD aan Targeting is te lezen in CTIVD Toezichtsrapport no. 50.