< < >

2017 | Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD), Bijlage IV bij Rapport 56, Deskundigenbericht Juridische grondslag multilaterale informatie-uitwisseling

Dit deskundigenbericht is als bijlage IV gevoegd bij rapport no. 56 van de  over haar onderzoek naar de multilaterale uitwisseling van persoonsgegevens van (vermeende) jihadisten, via een database door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en andere Europese veiligheidsdiensten. In deze bijlage beantwoorden deskundigen op verzoek van de CTIVD drie vragen over de opzet van deze database waarvan de server zich in Nederland bevindt. Omdat de samenwerking tussen veiligheidsdiensten gebeurt op basis van informele, niet-bindende afspraken is één van de vragen of er juridische bindende afspraken nodig zijn voor het afbakenen van verantwoordelijkheid (en de daarmee samenhangende aansprakelijkheid) voor de via de database uitgewisselde gegevens en wie verantwoordelijk is voor de bescherming van de gegevens in de database.

Uitgaande van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM), de algemene beginselen die zijn neergelegd in het EU-handvest en relevante jurisprudentie als juridisch kader voor gegevensbescherming, stellen de deskundigen dat wanneer staten informeel afspraken maken over het delen van gegevens zonder specifieke afspraken over verantwoordelijkheid te maken, ze in beginsel gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de gegevensverwerking in de database en het beheer daarvan. Bij inbreuk op (privacy) rechten, kan dit tot gezamenlijke aansprakelijkheid leiden. En omdat de slachtoffers niet mogen worden benadeeld door de ingewikkelde rechtsverhoudingen tussen de samenwerkende staten, hebben zij het recht om één staat hoofdelijk aansprakelijk te stellen voor de hele schade of inbreuk. Omdat de feitelijke beheerder van de database (hier: de AIVD) een directere betrokkenheid in het geheel heeft dan de overige veiligheidsdiensten, geldt voor de staat op wiens grondgebied de (server van de) database zich bevindt een bijzondere zorgplicht ten aanzien van de bescherming van persoonsgegevens en het voorkomen van inbreuken daarop. Dat kan dat leiden tot een uitgebreidere verantwoordelijkheid van die staat.

Hoewel het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) nog geen uitspraken heeft gedaan over het delen van data en bevoegdheden op basis van dit soort informele samenwerkingsverbanden, stellen de deskundigen dat de samenwerkende Europese veiligheidsdiensten de mensenrechten moeten waarborgen op een manier die minstens gelijk is aan de rechtsbescherming die normaal wordt geboden door het EVRM.